onwettig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·wet·tig
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | onwettig |
| verbogen | onwettige |
Bijvoeglijk naamwoord
onwettig
- in strijd met de wet
- Dat is een onwettige handeling.
- buiten het huwelijk geboren
- De koning had alleen maar onwettige kinderen en daardoor ontstond er bij zijn dood een strijd om de opvolging.
Afrikaans
| stellend | attributief |
|---|---|
| onwettig | onwettige |
Bijvoeglijk naamwoord
onwettig