onwettig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·wet·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van wettig met het voorvoegsel on-
stellend
onverbogen onwettig
verbogen onwettige

Bijvoeglijk naamwoord

onwettig

  1. in strijd met de wet
    Dat is een onwettige handeling.
  2. buiten het huwelijk geboren
    De koning had alleen maar onwettige kinderen en daardoor ontstond er bij zijn dood een strijd om de opvolging.


Afrikaans

stellend attributief
onwettig onwettige

Bijvoeglijk naamwoord

onwettig

  1. onwettig