wettig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wet·tig
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | wettig |
| verbogen | wettige |
Bijvoeglijk naamwoord
wettig
- in overeenstemming met de wet
- Hier valt niet over te twisten, dit is een wettig besluit!
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| wettigen |
wettig