onvoorbereid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·voor·be·reid
Woordherkomst en -opbouw
- antoniem van voorbereid (voltooid deelwoord van het werkwoord voorbereiden) met het voorvoegsel on-
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | onvoorbereid |
| verbogen | onvoorbereide |
Bijvoeglijk naamwoord
onvoorbereid
- niet voorbereid