ontworstelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·wor·ste·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontworstelen
ontworstelde
ontworsteld
zwak -d volledig

Werkwoord

ontworstelen

  1. (overgankelijk) door zware inspanning ontnemen
    Wat hij voor zijn eenvoudige bestaan nodig had haalde hij uit de natuur of hij ontworstelde het aan de grond waarop hij leefde
  2. (wederkerend) zich ~ aan door te worstelen zich van iets bevrijden
    Hij had zich daar eindelijk aan ontworsteld.
Afgeleide begrippen