worstelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wor·ste·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| worstelen |
worstelde |
geworsteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
worstelen
- (inergatief) (sport) een vorm van lichamelijke strijd waarbij men de tegenstander op de rug tracht te leggen
- Hij heeft al sinds zijn middelbareschooltijd veel geworsteld.
- (inergatief) overdrachtelijk een moeizame en gedurige strijd leveren
- Zij worstelden al enige tijd met de gevolgen van de ineenstorting van Wall Street.