ontbijten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·bij·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontbijten |
ontbeet |
ontbeten |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
ontbijten
- (inergatief) de eerste maaltijd van de dag nuttigen
Synoniemen
- ochtendmalen, morgenmalen
- (verouderd) vroegkosten, vroegmalen, vroegschaffen, vroegsoppen, vroegstukken
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. de eerste maaltijd van de dag nuttigen
Zelfstandig naamwoord
ontbijten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ontbijt