onmiddellijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·mid·del·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen onmiddellijk
verbogen onmiddellijke

Bijvoeglijk naamwoord

onmiddellijk

  1. zonder uitstel
    Dit heeft een onmiddellijke verlaging van de temperatuur ten gevolge.
  2. zonder omwegen
    Deze gang is een onmiddellijke uitgang naar de straat.
Vertalingen

Bijwoord

onmiddellijk

  1. zonder uitstel
    De injectie gaf onmiddellijk verbetering in de toestand van de patient.
  2. zonder omwegen
    Deze weg geeft niet onmiddellijk toegang tot de binnenstad, maar gaat er met een bocht omheen.
Vertalingen