omkeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·ke·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| omkeren |
keerde om |
omgekeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
omkeren
- (overgankelijk) de andere zijde boven- of voorleggen