nederigheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·de·rig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nederigheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

nederigheid v

  1. het aannemen van een houding waarbij geen aanspraak gemaakt wordt op macht of eer
    Zijn nederigheid doet bijna vergeten wat een groot kustenaar hij in werkelijkheid is.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen