mediator
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- me·di·a·tor
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van mediëren met het achtervoegsel -ator
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mediator | mediatoren mediators |
| verkleinwoord | mediatortje | mediatortjes |
Zelfstandig naamwoord
mediator m
- (beroep) iemand die medieert, een bemiddelaar
- (medisch) hulpmiddel
Synoniemen
Verwante begrippen
- mannelijke vorm van mediatrice
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.