marmer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mar·mer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | marmer | marmers |
| verkleinwoord | marmertje | marmertjes |
Zelfstandig naamwoord
marmer o
- een fijnkorrelige getransformeerde kalksteen dat gepolijst gebruikt wordt in de bouw- en de beeldhouwkunst
- Hij liet het stuk marmer per ongeluk uit zijn handen vallen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een fijnkorrelige getransformeerde kalksteen dat gepolijst gebruikt wordt in de bouw- en de beeldhouwkunst
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.