manipuleren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ma·ni·pu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| manipuleren |
manipuleerde |
gemanipuleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
manipuleren
- (overgankelijk) het met een bedrieglijke methode iets gedaan krijgen.
- Hij was de scores aan het manipuleren.
- iets op een slimme manier aanpassen of regelen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.