manipuleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ni·pu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
manipuleren
manipuleerde
gemanipuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

manipuleren

  1. (overgankelijk) het met een bedrieglijke methode iets gedaan krijgen.
    Hij was de scores aan het manipuleren.
  2. iets op een slimme manier aanpassen of regelen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie