manage

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ma·nage

Werkwoord

vervoeging van
managen

manage

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van managen
    Ik manage.
  2. gebiedende wijs van managen
    Manage!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van managen
    Manage je?
  4. aanvoegende wijs van managen

Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to manage
he/she/it manages
verleden tijd managed
voltooid
deelwoord
managed
onvoltooid
deelwoord
managing
gebiedende wijs manage

Werkwoord

manage

  1. beheren
  2. klaarspelen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen