makelij

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ke·lij
enkelvoud meervoud
naamwoord makelij -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

makelij v

  1. het merk of de soort van een product door een fabriek gemaakt
    Hij rijdt met een auto van Duitse makelij.

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen