legde uit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leg·de uit

Werkwoord

vervoeging van
uitleggen

legde uit

  1. enkelvoud verleden tijd van uitleggen
    Ik legde uit.
    Jij legde uit.
    Hij, zij, het legde uit.