kwakkel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwak·kel
enkelvoud meervoud
naamwoord kwakkel kwakkels
verkleinwoord kwakkeltje kwakkeltjes

Zelfstandig naamwoord

kwakkel v/m

  1. (vogels) (verouderd) Coturnix coturnix Wikispecies-logo-en.png kwartel
    Toen stak er een wind op, door de HEERE gezonden; die voerde kwakkels aan van de zee en strooide ze uit over de legerplaats[1].
Verwijzingen
  1. Num 11:31

Werkwoord

vervoeging van
kwakkelen

kwakkel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwakkelen
    Ik kwakkel.
  2. gebiedende wijs van kwakkelen
    Kwakkel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwakkelen
    Kwakkel je?