knol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knol
enkelvoud meervoud
naamwoord knol knollen
verkleinwoord knolletje knolletjes

Zelfstandig naamwoord

knol m

  1. een verdikte wortelstok waarin een plant voedsel opslaat
  2. (groente) koolraap, een eetbare wortel van een plant uit het geslacht Brassica
    We hebben gisteren een knolletje gegeten.
  3. een aftands werkpaard
    En [dit was] niet zomaar een knol, maar Roccinant, het paard van Don Quichot.
Vertalingen

Meer informatie