kiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kiek
enkelvoud meervoud
naamwoord kiek kieken
verkleinwoord kiekje kiekjes

Zelfstandig naamwoord

kiek m

  1. een fotografische opname
    Hij had een mooie kiek gemaakt van het nieuwe huis.
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
kieken

kiek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kieken
    Ik kiek.
  2. gebiedende wijs van kieken
    Kiek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kieken
    Kiek je?