kanteel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kan·teel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kanteel | kantelen |
| verkleinwoord | kanteeltje | kanteeltjes |
Zelfstandig naamwoord
kanteel m
- elk van de opstaande delen van de getande bovenkant van (oude) verdedigingsmuren
- Men kon zich achter de kantelen beschermen tegen vijandelijk geschut.
Synoniemen
Anagrammen
Vertalingen
1. elk van de opstaande delen van de getande bovenkant van (oude) verdedigingsmuren
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.