jijen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jij·en
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van jij.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
jijen
jijde
gejijd
zwak -d volledig

Werkwoord

jijen

  1. iemand aanspreken met jij en jou in plaats van met u
    Ik wind me op over presentatoren die maar jijen en jouen.
Verwante begrippen
Vertalingen