tutoyeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tu·toy·e·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tutoyeren
tutoyeerde
getutoyeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

tutoyeren

  1. (wederkerig) elkaar met jij en jou aanspreken
    Zij tutoyeerden elkaar al jaren.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen