tutoyeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tu·toy·e·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tutoyeren |
tutoyeerde |
getutoyeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
tutoyeren
- (wederkerig) elkaar met jij en jou aanspreken
- Zij tutoyeerden elkaar al jaren.
Verwante begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.