innemen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·ne·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| innemen |
nam in |
ingenomen |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
(scheidbaar)
innemen
- binnengaan en in bezit nemen
- De stad werd na een fel gevecht ingenomen.
- fig.: iemand voor zich winnen
- Hij werd volledig ingenomen door de ondeugende glimlach van zijn kleine dochtertje.
- uit circulatie halen
- Het oude paspoort wordt ingenomen wanneer het nieuwe verstrekt wordt.
- kleding vernauwen
- Nu je aardig afgevallen bent kunt je beter je dure pak laten innemen.