individu

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·di·vi·du
enkelvoud meervoud
naamwoord individu individuen
verkleinwoord individuutje individuutjes

Zelfstandig naamwoord

individu o

  1. een enkele persoon in het bijzonder
    Deze wetgeving is eerder op het individu gericht dan op de massa.
  2. met negatieve bijbetekenis persoon
    Er liepen een paar twijfelachtige individuen rond.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen