incest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·cest
enkelvoud meervoud
naamwoord incest -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

incest m

  1. geslachtsverkeer met zeer naë verwanten zoals eigen kinderen of broers, zussen
    Bij Egyptische koningen was incest om religieuze redenen welhaast verplicht.