hoogmoed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoog·moed
enkelvoud meervoud
naamwoord hoogmoed -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hoogmoed m

  1. overschatting van eigen kunnen
    Het is hoogmoed om te denken dat je wel even van die jongen wint.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen