hekelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- he·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van hekel.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| hekelen |
hekelde |
gehekeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
hekelen
- (overgankelijk) fel bekritiseren, openlijk beschuldigen of veroordelen
- De mensenrechtenorganisaties hekelen de wijze waarop het regime omgaat met de demonstranten.
- (overgankelijk) (landbouw) vlasvezels van de laatste aanhangsels ontdoen