harig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ha·rig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | harig | hariger | harigst |
| verbogen | harige | harigere | harigste |
Bijvoeglijk naamwoord
harig
- met haar begroeid
- Er kwam een harige borstkas naar voren toen hij zijn shirt uittrok.
- bestaande uit een kluwen van draadvormige elementen, doorgaans haren
- Er kwam een harige bende uit het doucheputje.
Synoniemen
- [1] behaard