harders

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • har·ders

Zelfstandig naamwoord

harders mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord harder

Bijvoeglijk naamwoord

harders

  1. partitief van de vergrotende trap van hard