gum
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gum
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gum | gummen |
| verkleinwoord | gummetje | gummetjes |
Zelfstandig naamwoord
gum o
- een object waarmee potlood weer weggehaald kan worden
- Met de gum kon hij die foutieve lijn uitwissen.
Vertalingen
1. een object waarmee potlood weer weggehaald kan worden