gulzig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gul·zig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelnederlandse bijvoeglijke naamwoord guls (= gulzig) met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gulzig gulziger gulzigst
verbogen gulzige gulzigere gulzigste

Bijvoeglijk naamwoord

gulzig

  1. met overmatige gretigheid iets verorberend
    De gulzige wolven maakten snel korte metten met hun prooi.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • gulzig eten
haastig eten, schrokken
Vertalingen

Bijwoord

gulzig

  1. met schrokkige haast
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen