gloed
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gloed
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gloed | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
gloed m
- de -al of niet zichtbare- straling die uitgaat van een heet voorwerp
- Hij warmde zich aan de gloed van het kampvuur.