gloed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gloed
enkelvoud meervoud
naamwoord gloed -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gloed m

  1. de -al of niet zichtbare- straling die uitgaat van een heet voorwerp
    Hij warmde zich aan de gloed van het kampvuur.
Afgeleide begrippen
Vertalingen