glimmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glim·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
glimmen
glom
geglommen
klasse 3 volledig

Werkwoord

glimmen

  1. (absoluut) sterk licht weerkaatsen
    Na de schoonmaakbeurt glom de keuken weer als nieuw.
  2. (absoluut) in het donker licht uitzenden
    Deze wormen glimmen in het donker.
  3. (absoluut) zichtbaar gestreeld zijn door iets
    Na dat onverwachte blijk van bewondering glom hij gewoon.
Afgeleide begrippen
Vertalingen