glom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • glom

Werkwoord

vervoeging van
glimmen

glom

  1. enkelvoud verleden tijd van glimmen
    Ik glom.
    Jij glom.
    Hij, zij, het glom.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen