gleuf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gleuf
enkelvoud meervoud
naamwoord gleuf gleuven
verkleinwoord gleufje gleufjes

Zelfstandig naamwoord

gleuf v/m

  1. een langgerekte opening of inkeping in iets
    Je moet nog een euro in de gleuf stoppen.
Vertalingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord gleuf gleuwe

Zelfstandig naamwoord

gleuf

  1. gleuf
Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen