genade

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·na·de
enkelvoud meervoud
naamwoord genade genaden
genades
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

genade v/m

  1. het afzien van een gerechtvaardigde bestraffing
    Dat was meer genade dan recht.
Afgeleide begrippen