pardon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·don
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, afgeleid van het werkwoord pardonner.

Tussenwerpsel

  1. neemt u mij niet kwalijk.
    Pardon, mag ik u iets vragen?
Synoniemen
enkelvoud meervoud
naamwoord pardon
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pardon o, m

  1. (alleen o) iets kwijt schelden.
    De minister wilde geen pardon geven voor de overtreders.
  2. (religie) (o en m) bedevaartsprocessie in Bretagne, gehouden ter herdenking van de plaatselijke heiligen
    De ‘Pardon de Ste-Anne d’Auray’ is de grootste pardon van Bretagne.[1].
Verwijzingen
  1. landenweb.net

Meer informatie