pardon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- par·don
Tussenwerpsel
- neemt u mij niet kwalijk.
- Pardon, mag ik u iets vragen?
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pardon | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
pardon o
- iets kwijt schelden.
- De minister wilde geen pardon geven voor de overtreders.