gehucht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ɣəˈhʏxt/
Woordafbreking
- ge·hucht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gehucht | gehuchten |
| verkleinwoord | gehuchtje | gehuchtjes |
Zelfstandig naamwoord
gehucht o
- een aantal bij elkaar staande huizen op het platteland
Vertalingen
1. een aantal bij elkaar staande huizen op het platteland
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.