gegrond
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·grond
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| gronden |
gegrond
- voltooid deelwoord van gronden
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | gegrond |
| verbogen | gegronde |
Bijvoeglijk naamwoord
gegrond
- het terecht of deugdelijk onderbouwd zijn van een standpunt of mening
- Zij heeft gegronde redenen om die baan te weigeren.