geestelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gees·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | geestelijk |
| verbogen | geestelijke |
Bijvoeglijk naamwoord
geestelijk
- betrekking hebbend op de geest, de psyche
- De pasgeboren baby was geestelijk gezond.
- betrekking hebbend op godsdienst
Synoniemen
- [1] mentaal, spiritueel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Geestelijk en lichamelijk.
- Met betrekking tot de geest en het lichaam.