galmen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gal·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| galmen |
galmde |
gegalmd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
galmen
- (inergatief) langdurig naklinken
- Het geluid van een alpenhoorn galmde door het dal.
- (overgankelijk) op overdreven trage wijze iets zingen
- De behoudende gemeente galmde luidkeels een psalm in de oude berijming.
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
galmen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord galm