galmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gal·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
galmen
galmde
gegalmd
zwak -d volledig

Werkwoord

galmen

  1. (inergatief) langdurig naklinken
    Het geluid van een alpenhoorn galmde door het dal.
  2. (overgankelijk) op overdreven trage wijze iets zingen
    De behoudende gemeente galmde luidkeels een psalm in de oude berijming.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

galmen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord galm
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen