forens

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fo·rens
enkelvoud meervoud
naamwoord forens forensen, forenzen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

forens m

  1. iemand die dagelijks heen en weer reist tussen de woongemeente en de werkgemeente
    Een groot deel van de inwoners van dit dorpje is forens.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie