fabriceert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·bri·ceert

Werkwoord

vervoeging van
fabriceren

fabriceert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fabriceren
    Jij fabriceert.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van fabriceren
    Hij fabriceert.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van fabriceren
    Fabriceert!