executeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • exe·cu·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
executeren
executeerde
geëxecuteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

executeren

  1. (overgankelijk) een doodvonnis ten uitvoer brengen
    De gevangen genomen vijandelijke spionnen werden snel geëxecuteerd erin.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen