executeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- exe·cu·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| executeren |
executeerde |
geëxecuteerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
executeren
- (overgankelijk) een doodvonnis ten uitvoer brengen
- De gevangen genomen vijandelijke spionnen werden snel geëxecuteerd erin.