evenement

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eve·ne·ment
enkelvoud meervoud
naamwoord evenement evenementen
verkleinwoord evenementje evenementjes

Zelfstandig naamwoord

evenement o

  1. een verplaatsbare georganiseerde gebeurtenis
    In de zomer zijn er veel evenementen in de open lucht.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen