evenement
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- eve·ne·ment
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | evenement | evenementen |
| verkleinwoord | evenementje | evenementjes |
Zelfstandig naamwoord
evenement o
- een verplaatsbare georganiseerde gebeurtenis
- In de zomer zijn er veel evenementen in de open lucht.