festival

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fes·ti·val
enkelvoud meervoud
naamwoord festival festivals
verkleinwoord festivalletje festivalletjes

Zelfstandig naamwoord

festival o

  1. een reeks optredens
  2. een groot evenement met zang en dans en muzikale optredens
    In Nederland worden jaarlijks enkele grote festival gehouden.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie