erker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈɛrkər/
Woordafbreking
- er·ker
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | erker | erkers |
| verkleinwoord | erkertje | erkertjes |
Zelfstandig naamwoord
erker m
- uitbouw aan een gevel waardoor een kamer boven de straat of tuin uitspringt
- De net bijgebouwde erker zorgde voor wat meer schaduw in de tuin.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.