erbarmen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- er·bar·men
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| erbarmen |
erbarmde |
erbarmd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
erbarmen
- (wederkerend) medelijden hebben met iemand
- (wederkerend) zich ontfermen over iemand
- De geneesheer erbarmde zich over de zieke.
Synoniemen
- [1] medelijden hebben.
- [2] zich ontfermen.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | erbarmen | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
erbarmen o
- medeleven met de pijn of het ongeluk van een ander
- Hebt erbarmen met een oude, zieke man.
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.