epistel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- epis·tel
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudfranse epistle, dat van het Latijnse epistola komt, dat van het Griekse ἐπιστολή (epistolē) komt, dat van ἐπιστέλλω (epistellō, "toezenden") komt, dat weer samengesteld is uit ἐπί (epi) en στέλλω (stellō).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | epistel | epistels |
| verkleinwoord | episteltje | episteltjes |
Zelfstandig naamwoord
- een brief, een zendbrief
- een deel van de mis dat vooraf gaat aan het evangelie
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.