emigreren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˌemiˈχrɪːrə(n)/
Woordafbreking
- emi·gre·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| emigreren |
emigreerde |
geëmigreerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
emigreren
- (ergatief) naar het buitenland verhuizen
- In de jaren vijftig zijn er veel Nederlanders naar Engelstalige landen geëmigreerd.