eggen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- eg·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| eggen |
egde |
geëgd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
eggen
- (overgankelijk) (landbouw) de grond bewerken met een eg
- Het land wordt morgen geëgd.
Zelfstandig naamwoord
eggen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord eg