eggen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • eg·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
eggen
egde
geëgd
zwak -d volledig

Werkwoord

eggen

  1. (overgankelijk) (landbouw) de grond bewerken met een eg
    Het land wordt morgen geëgd.

Zelfstandig naamwoord

eggen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord eg
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen